Basis make-up aanbrengen begint met een goed voorbereide huid en de juiste producten in de juiste volgorde. De basis bestaat uit primer, foundation of getinte moisturizer, concealer en poeder. Breng je die lagen in de goede volgorde aan, dan zit je make-up goed, ziet het er natuurlijk uit en blijft het de hele dag zitten.
Begin met een schone, gevochtigde huid
Voordat je ook maar iets aanbrengt, maak je je gezicht schoon en breng je een moisturizer aan. Dit is de basis onder je basis. Een droge of vette huid zorgt ervoor dat foundation ongelijkmatig hecht, klontert of snel vervliegt. Wacht na het aanbrengen van je dagcrème een minuut of twee voordat je verdergaat, zodat de crème kan intrekken.
Heb je zichtbare poriën, een onegale huidskleur of last van glans? Dan is een primer een goede volgende stap. Een primer vult kleine oneffenheden op en geeft de foundation iets om aan vast te houden. Breng hem dun aan over je hele gezicht en laat hem even drogen.
De juiste foundation of getinte moisturizer kiezen en aanbrengen
Voor een lichte, natuurlijke dekking is een getinte moisturizer een goede keuze. Wil je meer egalisering of dekking, dan kies je voor een foundation. Let bij de kleurkeuze altijd op de ondertoon van je huid: warm (geel), koel (roze of blauw) of neutraal. Test een kleur bij voorkeur op je kaak, niet op je pols of hand, zodat hij aansluit bij de kleur van je gezicht.
Breng de foundation aan met een damp sponsje, een foundation kwast of je vingertoppen. Met een vochtig sponsje (een zogenaamde beauty blender) krijg je de meest egale, huidachtige finish. Dep het product in de huid, smeer het niet uit. Begin in het midden van je gezicht en werk naar buiten toe, zodat de dekking in het midden iets zwaarder is en uitloopt naar je haargrens en kaaklijnen.
- Dep, niet smeren: zo voorkom je strepen en een maskerachtig effect.
- Werk in dunne lagen: liever twee dunne lagen dan één dikke.
- Blend altijd goed door tot in de haargrens en langs de kaaklijnen.
Basis make-up aanbrengen rond de ogen en bij oneffenheden
Na de foundation gebruik je concealer om kleine oneffenheden, wallen of roodheid te dekken. Breng de concealer aan op de plekken waar dat nodig is: onder de ogen, langs de neus of op een puistje. Dep hem voorzichtig met je ringvinger of een klein kwastje en blend de randen goed uit zodat er geen harde lijnen zichtbaar zijn.
Onder de ogen breng je de concealer aan in een omgekeerde driehoek, met de punt naar je wang toe. Zo dek je niet alleen de wallen, maar geef je ook meteen een lichtgevend effect aan je ogen. Gebruik hier bij voorkeur een concealer die iets lichter is dan je foundation.
Afsluiten met poeder voor een langdurig resultaat
Wil je dat je basis langer blijft zitten en minder glans geeft? Zet alles dan vast met een transparant lospoeder of een drukpoeder. Gebruik een groot poederkwastje of een poederdons en dep het poeder lichtjes over je gezicht. Druk het poeder in, in plaats van het uitvegen, zodat je de onderliggende lagen niet versmiert.
Let op: minder is meer bij poeder. Te veel poeder maakt je make-up dof en kan lijntjes in je huid benadrukken. Breng het vooral aan op plekken die snel glanzen, zoals je T-zone (voorhoofd, neus en kin), en laat de rest van je gezicht iets meer leven.
Met deze stappen, schone huid, primer als je dat wilt, foundation of getinte moisturizer, concealer en een laagje poeder, heb je een nette, egale basis die als startpunt dient voor elke look. Heb je eenmaal een routine gevonden die bij jouw huidtype en wensen past, dan kost het je nog maar een paar minuten per dag.
