Welke gezichtsvorm je hebt, zie je door een paar maten en verhoudingen van je gezicht te vergelijken: de breedte van je voorhoofd, jukbeenderen en kaaklijn, en de lengte van je gezicht. De meeste gezichten vallen in één van de acht basisvormen: ovaal, rond, vierkant, rechthoekig, hartvorming, driehoekig, diamant of langwerpig. Hieronder lees je stap voor stap hoe je jouw vorm bepaalt.
Hoe meet je je gezicht op voor de juiste vorm?
Het makkelijkst is een zachte meetlint (zoals een kleermakerslint) of een liniaal. Meet de volgende vier dingen:
- Voorhoofdsbreedte: van slaap tot slaap, op het breedste punt.
- Jukbeenbreedte: van het hoogste punt van de ene jukbeenderen naar de andere, recht over je neus.
- Kaakbreedte: van het ene hoekpunt van je kaaklijn naar het andere, net boven je kin.
- Gezichtslengte: van het midden van je haargrens recht naar beneden tot het puntje van je kin.
Noteer de vier maten naast elkaar. Je hoeft niet millimeter-precies te werken. Het gaat om de verhoudingen: is je gezicht duidelijk breder dan lang, of andersom? Zijn jukbeenderen het breedste punt, of is dat je kaak? Die vergelijking bepaalt je vorm.
Een handige tweede methode: ga voor een spiegel staan, trek je haar naar achteren en teken de omtrek van je gezicht met een afwasbare stift of lippenstift op de spiegel. Stap twee stappen terug en kijk naar de vorm die je getekend hebt. Vaak zie je dan meteen of je gezicht meer een ovaal, een vierkant of een hart heeft.
De acht gezichtsvormen uitgelegd
Ovaal: je gezicht is iets langer dan breed, de jukbeenderen zijn het breedste punt en de kaaklijn loopt iets smaller toe. De haargrens is licht gebogen. Dit wordt vaak gezien als de meest “klassieke” proporties, omdat bijna alle kapsels en brillenvormen bij deze vorm passen.
Rond: breedte en lengte zijn nagenoeg gelijk. De wangen zijn vol, de kaaklijn is zacht en afgerond zonder scherpe hoeken, en de jukbeenderen zijn het breedste punt. Een ronde gezichtsvorm heeft geen uitgesproken hoeken.
Vierkant: je hebt een breed voorhoofd en de zijkanten van je gezicht lopen vanaf de jukbeenderen nagenoeg recht omlaag naar de kaaklijn. De kaakhoeken zijn sterk en weinig afgerond. Breedte en lengte zijn ongeveer gelijk, net als bij de ronde vorm, maar bij vierkant is de kaaklijn veel hoekiger.
Rechthoekig (ook wel langwerpig): vergelijkbaar met vierkant (rechte zijkanten, brede kaak), maar de gezichtslengte is duidelijk groter dan de breedte. Het gezicht is langgerekt met weinig versmalling.
Hartvormig: een breed voorhoofd en smalle, puntige kin. De jukbeenderen kunnen ook breed zijn. De kaaklijn loopt duidelijk toe naar een smalle kin. Soms gaat dit samen met een widow’s peak (een puntige haargrens in het midden).
Driehoekig (ook wel peervormig): dit is eigenlijk de omgekeerde haartvorm. De kaak is het breedste punt, het voorhoofd is smaller. De breedte neemt toe van boven naar beneden.
Diamant: smalle haargrens, brede jukbeenderen (het absolute breedste punt) en een smalle, spitse kin. De jukbeenderen springen er echt uit ten opzichte van zowel het voorhoofd als de kaaklijn.
Langwerpig (smal/oblong): het gezicht is opvallend veel langer dan breed, met weinig verschil in breedte tussen voorhoofd, jukbeenderen en kaak. De zijkanten lopen bijna evenwijdig. Dit verschilt van rechthoekig doordat alle drie de breedtematen dicht bij elkaar liggen.
Welke gezichtsvorm heb ik? Een snelle beslisboom
Hieronder kun je stap voor stap je vorm bepalen zonder meetlint:
- Stap 1: Is je gezicht duidelijk langer dan breed? Ja: ga naar stap 2. Nee: ga naar stap 3.
- Stap 2: Zijn de zijkanten van je gezicht recht (weinig versmalling)? Ja: rechthoekig of langwerpig. Nee (jukbeenderen breder dan kaak en voorhoofd): ovaal.
- Stap 3: Zijn je jukbeenderen duidelijk het breedste punt? Ja: ga naar stap 4. Nee: ga naar stap 5.
- Stap 4: Is je kin smal en puntig, en je voorhoofd ook smaller dan je jukbeenderen? Dan is het diamant. Is je kin zacht en je voorhoofd bijna even breed als je jukbeenderen? Dan is het rond.
- Stap 5: Is je voorhoofd breder dan je kaak? Hartvormig. Is je kaak breder dan je voorhoofd? Driehoekig. Zijn voorhoofd en kaak even breed met weinig versmalling? Vierkant.
Twijfel je over je gezichtsvorm?
Veel gezichten zijn een mengvorm. Een gezicht dat bijna ovaal is maar wat bredere jukbeenderen heeft, kan ook als rond worden omschreven. Dat is normaal: de acht categorieën zijn hulpmiddelen, geen exacte vakjes. Als je twijfelt tussen twee vormen, kies dan de vorm die het dichtst bij jouw overheersende kenmerken ligt.
Een goede truc: vraag iemand anders om jouw foto van voren (haar naar achteren, neutrale gezichtsuitdrukking, recht voor de camera) te bekijken. Mensen die je gezicht voor het eerst van voren zien, herkennen de basisvorm vaak sneller dan jijzelf.
Als je eenmaal weet welke gezichtsvorm je hebt, kun je die kennis gebruiken bij het kiezen van een kapsel, bril of make-upstijl die bij jouw verhoudingen past. Het is geen strenge regel, eerder een handig startpunt.
